Terrestrisch bos in de Zumpe

Terrestrische bossen zijn bossen die gewoonlijk niet onder water staan. In de Zumpe zijn ze beperkt tot de stroomruggen, die wat hoger liggen dan de broekbossen (zie hoogtekaart hieronder).

De best ontwikkelde bossen (op basenrijke, vochtige grond) behoren tot de Eiken-Haagbeukenklasse (Stellario-Carpinetum). Haagbeuk, Zomerlinde en Gladde iep groeien in de boomlaag en Daslook, Bosereprijs, Gele dovenetel, Bosmuur, Eenbes, Boskortsteel, Bosgierstgras en Muskuskruid in de kruidlaag.

Op voedselrijkere grond groeit het Vogelkers-Essenbos, een wat ruiger bostype met in de kruidlaag minder soorten als: Groot heksenkruid, Ruwe smele, Robertskruid, Schaafstro en Bosanemoon.

hoogtekaart met terrestrische bossen, Eiken-Haagbeukenbos

Hoogtekaart van het centrale deel van de Zumpe.

De hoogte verloopt van rood via geel naar blauw.

Op de kaart zijn goed de geel-rode stroomruggen en oeverwal te zien, één in het Eikenmoeras en één in de IJsbaanwei en Vergeten hoek, waarop o.a. de terrestrische bossen groeien (gestippeld). Het terrestrische bos van het Populierenbos groeit op de hoger gelegen zandgronden. Langs de Slinge ligt een oeverwal, gevormd met materiaal uit de beek.

In de stroomruggen ontbreekt veen in de ondergrond; dat is ook goed te zien in de doorsnede in Hydroecologie.

Bostype B1: Eiken-Haagbeukenbos - Stellario-Carpinetum

Lokaal onderscheidende soorten
De aanwezigheid van Bosereprijs, Boskortsteel, Witte klaverzuring, Eénbloemig parelgras en enkele minder frequent voorkomende soorten als Muskuskruid, Speenkruid, Bosmuur, Grote muur, Bosanemoon, Bosgierstgras en Boswederik onderscheiden deze gemeenschap van alle overige bosgemeenschappen. Verder ontbreekt Wilde kamperfoelie en Hop in alle lagen.
Floristische samenstelling en structuur
In de boomlaag komt veelvuldig Gewone es en in wat mindere mate ook Zomereik, Haagbeuk, Zomerlinde, Zoete kers en andere soorten voor; de struiklaag wordt gekenmerkt door Eénstijlige meidoorn en Hazelaar. De bomen en struiken verjongen veelvuldig in de kruidlaag.
De bosgemeenschap wordt gekenmerkt door een grote verscheidenheid aan bomen en struiken en ook de kruidlaag is zowel in aantal soorten als bedekking goed ontwikkeld en bevat nauwelijks of geen storingsindicatoren. De moslaag is eveneens goed ontwikkeld. Er komen geen broekbossoorten voor.
In het zuidwestelijke deel van het Eikenmoeras zijn, op een rabat, door de KNNV in het verleden enkele kruiden

aangeplant: Gevlekt longkruid, Kleine maagdenpalm, Eénbes, Daslook, Lievevrouwenbedstro e.a.

Kwelsoorten komen slechts een enkele keer voor (B1k). Het gemiddelde aantal soorten bedraagt 36.
Ecologie
Het betreft terrestrisch, basenrijk bos, doordat dieper in de bodem kleilaagjes aanwezig zijn die voor aanvoer van kalk (basen) kunnen zorgen. Het grondwater komt niet aan maaiveld. Er is geen F-horizont aanwezig, door een snelle omzetting van organisch materiaal ten gevolge van basische omstandigheden.
Het profiel vertoont restanten van een voormalig semiterrestrisch verleden.
De GHG=20-60 onder maaiveld (Gemiddelde Hoogste grondwaterstand. De in 2008 aangetroffen humusvorm is eerdmesimor, dat typisch is voor de wat drogere randen rond een bronmilieu. De bovengrond heeft een pHwater=7,7. Het grondwater is hier basisch met een pH>7 van het type F3-CaHCO3.
Ontwikkeling
Dit bostype is op zich goed ontwikkeld, maar op sommige plaatsen zou door toename van kwel positieve
ontwikkeling kunnen plaatsvinden.
Verspreiding
Het type komt voor op wat hogere delen (stroomrug) naast de broekbossen in het KNNV deel van de Zumpe en op de oeverwal langs de Beneden Slinge (Eikenmoeras, Adderbroek).

Eiken-Haagbeukenbos met Daslook en Elzenbroekbos met Stijve zegge in greppels

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op de foto is Eiken-Haagbeukenbos (B1) op rabatten met Daslook. In de greppels groeit Elzenbroekbos (B5), met op de voorgrond Stijve zegge.

Bostype B3: Vogelkers-Essenbos - Pruno-Fraxinetum

Lokaal differentiërende soorten
Deze gemeenschap wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van Donkersporig en Bleeksporig bosviooltje. Verder is de gemeenschap negatief gekenmerkt ten opzichte van B1 door het ontbreken van de soorten: Witte klaverzuring, Boskort-steel, Bosereprijs en Parelgras e.a. (zie tabel hierboven). Canadapopulier komt regelmatig voor.
Floristische samenstelling en structuur
In de boomlaag bepaalt geen enkele boomsoort het aspect, maar meerdere soorten als Zwarte els, Zomereik, Gewone es, Canadapopulier zijn aanwezig. De struiklaag is soortenrijk en goed ontwikkeld met soorten als Zwarte els, Eenstijlige meidoorn, Wilde lijsterbes, Hazelaar, Gewone vlier, Rode kornoelje en Vogelkers. De houtige gewassen vermeerderen zich ook goed in de kruidlaag. De kruidlaag is wat minder soortenrijk dan in B1 en er komen geen of nauwelijks broekbos soorten voor. Kwelsoorten komen soms voor. Het gemiddelde aantal soorten bedraagt 40.
Ecologie
De gemeenschap groeit op lage rabatten. De greppels kunnen of ondiep zijn uitgegraven of hebben zich opgevuld met strooisel doordat op die plaatsen b.v. geen basenrijk kwelwater aan het maaiveld komt, waardoor verzuring optreedt en daardoor ophoping van organisch materiaal. Water in de greppels is doorgaans ook donkerbruin door humuszuur. In de greppels worden slechts sporadisch planten gevonden, hooguit aan de rand. Deze soorten zijn niet in de opnamen opgenomen. In de zomer kunnen de rabatten uitdrogen en de kans op verzuring door regenwaterinfiltratie bestaat. De bedekking van het strooisel op de rabatten is in B3 gemiddeld 22% (hoger dan in B1 met slechts 4%). De vertering verloopt blijkbaar trager dan in B1. Het betreft terrestrisch bos met een pHwater>7. De GHG=0-40 cm-maaiveld.
Ontwikkeling
De gemeenschap kan na lange tijd overgaan in het Stellario-Carpinetum. Bij juiste vernatting vormt zich Elzenbroekbos.
Verspreiding
De gemeenschap is te vinden in de Vergeten hoek, Verloren punt, het Populierenbos, Eikenmoeras en Adderbroek.

Eiken-Haagbeukenbos
Eiken-Haagbeukenbos (B1) en rechts Elzenbroekbos (B6).
Klaverzuring (Oxalis acetosella)
Kaverzuring (Oxalis acetosella) in Eiken-Haagbeukenbos (B1).